Na vele jaren van intense restauratie hebben wij de laatste hand aan deze fantastische Austin Healey mogen leggen voor de huidige eigenaar die de auto zelf heeft opgebouwd. Er is gekozen om het volledige interieur volgens origineel uiterlijk te maken maar dan in volledig zwart leer en een stoffen cabrioletkap.
Deze Austin Healey is sinds 1983 van de huidige eigenaar en wordt ingezet voor dagelijks gebruik en diverse rally’s gedurende het jaar. Na vele jaren van rijden en normaal onderhoud is de tijd aangebroken om de Healey weer is flink onder handen te nemen. Wij gaan samen met onze plaatwerker de slechte delen vervangen en de auto volledig overspuiten en voorzien van diverse modificaties voor een betere wegligging. Merk informatie: Het merk Austin heeft een lange geschiedenis die bol staat van de samenwerkingen en fusies. Op deze manier wisten ze het meer dan tachtig jaar vol te houden, maar in 1987 ging de stekker eruit vanwege aanhoudende kwaliteitsproblemen. Een roemloze aftocht voor wat ooit een groot merk was. Gelukkig zijn hun bolides uit de gloriejaren nog steeds te vinden. De Austin-Healey 3000 is er daar één van. Deze sportwagen met afneembaar dak, werd geproduceerd tussen 1959 en 1967. In deze periode verschenen er drie verschillende versies. Het begon allemaal op 1 juli 1959 toen de Austin-healey 3000 voor het eerst werd aangekondigd als de opvolger van de Austin-Healey 100-6.
Deze prachtige Facel Vega gaan wij in opdracht van Amicale Facel Holland voorzien van een volledig nieuw op maat gemaakt interieur. Hiervoor gaan wij alle originele details in acht nemen en de beste materialen gebruikt. Wij hebben al meerdere project in samen werking afgerond en zijn inmiddels meer dan bekend met de hoge standaard wat betreft afwerking die Facel in de jaren hanteerde en de technieken die hierbij komen kijken. Geschiedenis: Verschillende oorzaken hadden de vooroorlogse Franse luxeautomerken begin jaren vijftig kreupel gemaakt. De oorzaken daarvan waren de Duitse bezetting, materiaaltekorten, een te kleine afzetmarkt en hoge belastingen op krachtige luxeauto’s. Uiteindelijk werden in Frankrijk geen luxeauto’s meer gemaakt. In 1953 kreeg Daninos het idee om zelf een nieuwe luxewagen te gaan bouwen. Dat was het begin van het automerk Facel Vega, waarbij de naam Vega een idee was van zijn broer, de veelgelezen auteur Pierre Daninos (1913-2005). Allereerst werd naar een geschikte motor gezocht. In Frankrijk werd op dat moment niet het gezochte type gemaakt. Ook in Italië werd hij niet gevonden. Eerst wilde Daninos speciaal een nieuwe motor laten ontwerpen, maar dacht toen aan zijn dagen in de VS waar hij tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef. Hij nam contact op met Chrysler en kwam met die fabriek overeen dat hij de V8 van DeSoto kon gebruiken. Deze 4,5 liter Hemi leverde 170 pk. Een probleem hierbij was dat Daninos alleen een importvergunning kreeg op voorwaarde dat voor elke franc aan geïmporteerde motoren een waarde van vijf franc moest worden geëxporteerd. Over deze auto:
Deze Austin Healey MKIII 3000 BJ8 in de zeldzame kleur Golden Beige. Volgens het Heritage Trus Certificat is de auto matching numbers. Wij zijn deze Austin Healey op dit moment volledig aan het restaureren en volledig volgend originele specificaties aan het bouwen. Als u vragen heeft kunt u altijd contact met ons opnemen. This Austin Healey MKIII 3000 BJ8 in the rare color Golden Beige. The associated Heritage Trust Certificate shows all matching numbers.   We are currently completely restoring this Austin Healey to its original specifications.  For any further questions, please feel free to contact us.
Wij zijn deze Alfa volledig naar wens van de klant aan het aanpassen voor het deel nemen aan historische rally’s. Hierbij wordt de carrosserie op diverse punten door gelast en voorzien van een rolkooi, de remmen worden gemodificeerd, de wielophanging en schokbrekers worden aangepast, er komt een 2.0 liter motor in met de daarbij behorende aandrijving en sperr-differentieel en het interieur wordt voorzien van diverse aanpassingen. Geschiedenis: De Alfa Romeo Giulia is een reeks sportieve sedans van het Italiaanse automerk Alfa Romeo die werden gebouwd tussen 1962 en 1978. Eind jaren 50 werd het duidelijk dat de Giulietta moest worden vervangen. De Giulietta was met 1290 cc de kleinere versie van de ondertussen meer dan tien jaar oude 1900. Op 27 juni 1962 werd de Giulia TI voorgesteld op het circuit van Monza. De Giulia leek minder op de Giulietta dan verwacht en was heel hoekig met rechte lijnen. Het ontwerp kwam opnieuw van Orazio Satta Puliga. Ondanks zijn “vierkant” voorkomen was de luchtweerstand van de Giulia dankzij de zogeheten Kamm-tail toch lager dan dat van bijvoorbeeld een Porsche 911 uit die tijd. De Giulia TI zou vijf jaar in productie blijven. De structuur van de motor was niet gewijzigd ten opzichte van de Giulietta. Door het vergroten van de boring en de slag en het gebruik van grotere kleppen – onder een gunstiger hoek – werd het vermogen wel verder opgedreven. De Giulia kreeg een dubbele valstroom Weber carburateur en het maximale vermogen kwam op 92 pk te liggen, de topsnelheid op 166 km/u. De grootste verbetering ten opzichte van de Giulietta was echter de wegligging. De Giulia werd een economisch succes voor Alfa Romeo en al snel volgden andere varianten van het model. In april 1963 stelde Alfa de sportievere Giulia TI Super voor, waarvan uiteindelijk slechts 501 exemplaren werden gemaakt. De TI Super had dankzij twee dubbele horizontale Weber 45 DCOE carburateurs een maximaal vermogen van 112 pk, een topsnelheid van 184 km/u en was de eerste Giulia met schijfremmen in plaats van trommelremmen. In 1965 werd op het autosalon van Genève de Giulia Supervoorgesteld. Bron Wikipedia.
In opdracht van Nout Classic Cars hebben wij het volledige interieur  op maat gemaakt in deze fantastische Jaguar XK 120 FHC. Geschiedenis: De Jaguar XK 120 werd in 1948 geïntroduceerd en wekte direct veel opzien. De XK 120 had een topsnelheid van 120 mijlen per uur (ca. 200 kilometer per uur) en was de snelste productieauto die er op dat ogenblik te koop was. De XK 120 is vormgegeven door Jaguar baas en oprichter William Lyons. De carrosserie laat een bijna sculpturale vormgeving zien met sobere, trefzekere, vloeiende lijnen en prachtige rondingen. De lange motorkap en de lang gerekte spatbordlijn zijn zijn prachtig en geven de XK 120 een zeer dynamische uitstraling. Gelijk met de XK 120 werd de nieuwe Jaguar XK zescilinder lijnmotor geïntroduceerd die in de volgende veertig jaren, in steeds verbeterde vorm, in alle Jaguar modellen zou worden aangetroffen. De XK 120 was in drie varianten te verkrijgen; als roadster, als iets ruimere DHC (Drop Head Coupé) en als FHC (Fixed Head Coupe) met een vast stalen dak. De XK 120 werd gebouwd tot 1954 en werd opgevolgd door de XK 140
Over deze auto: In opdracht van onze CRCS b.v. hebben wij het volledige interieur op maat mogen maken in  deze fantastische Porsche 356 S90  met de originaliteit als uitgangspunt. Er is gekozen voor een mooie zwarte Nappa leder voor de stoelen en panelen, het originele Haargarn-Boucle tapijt in het donker grijs en een originele witte hemel bekleding. De auto heeft de 2e prijs gewonnen bij het Concours d’élégance in Knokke. Geschiedenis: De 356 was goed geboren, in die zin, dat de formule waarop hij gebaseerd was, zoals zijn vorm, nagenoeg onveranderd bleef gedurende de periode 1947-1965. Natuurlijk lieten Ferry Porsche en zijn medewerkers deze 18 jaar niet ongemerkt voorbij gaan: de wagen werd volgens typisch Duitse aanpak gemoderniseerd, waardoor het basisontwerp continu verfijnd werd. Het opsommen van alle modificaties welke over de gehele levenscyclus van de 356 doorgevoerd zijn zou te ver voeren, maar de belangrijkste aanpassingen kunnen samengevat worden. Het robuuste stalen platform maakte het vanaf het begin van de 356 mogelijk zowel een coupé als een cabriolet te bouwen, met een hele reeks succesvolle varianten op dezelfde basis (Speedster, Convertible D, Roadster, Hardtop Coupé, etc.). De eerste 356 deelde veel onderdelen met de VW-produktiewagens, van de motor (de cilinderinhoud was echter gereduceerd van de originele 1131 cc tot 1086 cc met als doel in bepaalde klasses in de racerij uit te kunnen komen) tot de niet gesynchroniseerde versnellingsbak, het stuurmechanisme en een flink aantal onderdelen voor het interieur. Het meest karakteristieke aspect van de handgeklopte aluminium carrosserie was ongetwijfeld de voorruit, gesplitst in twee kleine vlakken, welke in een V-hoek bijeen kwamen, hetgeen voortvloeide uit de problemen destijds bij het produceren van een gebogen voorruit. Andere details welke herinnerden aan de penibele situatie in het na-oorlogse Duitsland waren de armschokdempers achter, de met een stang bediende benzinekraan, de vaste achterzijramen en het ontbreken van een ventilator en de achterbank. Sommige van de Gmünd-wagens werden in werkelijkheid vervaardigd door carrosseriebouwers Tatra, Kastenhofer en Keibl in Wenen; andere werden als kaal chassis verstuurd naar de Zwitserse dealer Von Senger, die ze door Beutler van een carrosserie liet voorzien. Maar de originele Porsches werden voorzien van lichte aluminium carrosseriedelen en bleken aldus uitstekende sportieve prestaties te kunnen leveren – hun officiële gewicht bedroeg slechts iets meer dan 600 kilo. Begin 1950 startte de produktie van de 356 in Stuttgart, met de stalen carrosserieën van Reutter, die vanaf 1949 contractspartner van Porsche was geworden. Aluminium plaatdelen werden te kostbaar wegens gebrek aan grondstoffen. In 1951 werd de 500e 356 geproduceerd en de 44 pk 1,3 liter motor verscheen, terwijl de remtrommels koelribben kregen en aan de voorzijde dubbele remcylinders gemonteerd werden, de olietemperatuurmeter zijn opwachting maakte en vanaf april de eerste telescopische dempers achter gemonteerd werden (ter vervanging van de frictiedempers). Modeljaar 1953 was (dankzij technische noviteiten uit 1952) een heel belangrijke periode voor de evolutie van de 356, met de introduktie (na zijn presentatie in 1952) van de American Roadster, de 60 pk 1,5 liter motor en nieuwe instrumenten. De 356 […]
In opdracht van de klant hebben wij het volledige interieur volgens originele specificaties volledig nieuw en op maat gemaakt in de auto, hierbij hebben wij gebruik gemaakt van een veel betere kwaliteit leer en vloerbedekking dan de fabriek gebruikt heeft. Het resultaat mag er zijn vinden wij. Heeft u ook een TVR en wilt meer weten over de mogelijkheden, neem dan contact met ons op. Geschiedenis: Deze versie van de TVR Chimaera is geleverd van juli 1994 tot januari 2001. De laatste nieuwprijs bedroeg € 86.173. De auto heeft een benzinemotor en levert een maximum vermogen van 325 pk.
Over de auto: In opdracht van de Nout Classic Cars hebben wij deze door hun gerestaureerde Austin Healey voorzien van een op maat gemaakt interieur en cabrioletkap. Geschiedenis: De eerste Austin Healey was het model 100. De type aanduiding 100 werd afgeleid van de topsnelheid, 100 mijl per uur (160 km). Opvallend detail bij deze vroege modellen is de neerklapbare voorruit en de kenmerkende Healey gril. De AH 100 had een 4 cylinder motor met 2660 cc en een drie versnellingsbak met Laycock de Normanville overdrive op de hoogste versnellingen. Voorafgaand aan de Earls Court Motor Show ontdekte Leonard Lord, de directeur van Austin, op de stand van Donald Healey de Donald Healey 100. Voordat de autosalon opende, kocht Leonard Lord de rechten van de Donald Healey 100. Op de autosalon presenteerde Austin en Donald Healey de Austin-Healey 100. De 100 was ontworpen door Gerry Coker en gebouwd door Donald Healey. Hij had een viercilinder-A90-motor van Austin en een carrosserie en chassis van Jensen. De 100 werd de concurrent van de Triumph TR en van vele MG’s. De auto werd in Warwick gebouwd, maar al snel werd de productie naar Longbridge in Birmingham verplaatst. De 100-4 BN-1 stopte na twee jaar, in 1955, de productie. De Austin-Healey 100-4 BN-1 werd opgevolgd door de Austin-Healey 100-4 BN-2 oftewel de tweede generatie. In 1956 kwamen er twee specials van de 100, namelijk de 100M en de 100S, waarvan de 100S alleen voor de racerij was bedoeld. Ook kwam er in 1956 de Austin-Healey 100-6 BN-4 op de markt. De BN-4 kreeg een nieuwe motor, namelijk een 2,6 liter-zescilinder uit de Austin Westminster. Ook kreeg de auto vier in plaats van twee zitplaatsen. In april 1958 kwam er de Austin-Healey 100-6 BN-6 met twee zitplaatsen, omdat de 100-6 BN-4 niet populair werd. Bron: Wikipedia
Over deze auto: In opdracht van onze opdrachtgever hebben wij het volledige interieur en cabrioletkap op maat gaan maken in en op deze fantastische Porsche 356B  met de originaliteit als uitgangspunt. Er is gekozen voor een mooie donker blauwe Nappa leder voor de stoelen en panelen, het originele Haargarn-Boucle tapijt in het licht grijs en een blauwe cabrioletkap van Sonneland materiaal. Geschiedenis: De 356 was goed geboren, in die zin, dat de formule waarop hij gebaseerd was, zoals zijn vorm, nagenoeg onveranderd bleef gedurende de periode 1947-1965. Natuurlijk lieten Ferry Porsche en zijn medewerkers deze 18 jaar niet ongemerkt voorbij gaan: de wagen werd volgens typisch Duitse aanpak gemoderniseerd, waardoor het basisontwerp continu verfijnd werd. Het opsommen van alle modificaties welke over de gehele levenscyclus van de 356 doorgevoerd zijn zou te ver voeren, maar de belangrijkste aanpassingen kunnen samengevat worden. Het robuuste stalen platform maakte het vanaf het begin van de 356 mogelijk zowel een coupé als een cabriolet te bouwen, met een hele reeks succesvolle varianten op dezelfde basis (Speedster, Convertible D, Roadster, Hardtop Coupé, etc.). De eerste 356 deelde veel onderdelen met de VW-produktiewagens, van de motor (de cilinderinhoud was echter gereduceerd van de originele 1131 cc tot 1086 cc met als doel in bepaalde klasses in de racerij uit te kunnen komen) tot de niet gesynchroniseerde versnellingsbak, het stuurmechanisme en een flink aantal onderdelen voor het interieur. Het meest karakteristieke aspect van de handgeklopte aluminium carrosserie was ongetwijfeld de voorruit, gesplitst in twee kleine vlakken, welke in een V-hoek bijeen kwamen, hetgeen voortvloeide uit de problemen destijds bij het produceren van een gebogen voorruit. Andere details welke herinnerden aan de penibele situatie in het na-oorlogse Duitsland waren de armschokdempers achter, de met een stang bediende benzinekraan, de vaste achterzijramen en het ontbreken van een ventilator en de achterbank. Sommige van de Gmünd-wagens werden in werkelijkheid vervaardigd door carrosseriebouwers Tatra, Kastenhofer en Keibl in Wenen; andere werden als kaal chassis verstuurd naar de Zwitserse dealer Von Senger, die ze door Beutler van een carrosserie liet voorzien. Maar de originele Porsches werden voorzien van lichte aluminium carrosseriedelen en bleken aldus uitstekende sportieve prestaties te kunnen leveren – hun officiële gewicht bedroeg slechts iets meer dan 600 kilo. Begin 1950 startte de produktie van de 356 in Stuttgart, met de stalen carrosserieën van Reutter, die vanaf 1949 contractspartner van Porsche was geworden. Aluminium plaatdelen werden te kostbaar wegens gebrek aan grondstoffen. In 1951 werd de 500e 356 geproduceerd en de 44 pk 1,3 liter motor verscheen, terwijl de remtrommels koelribben kregen en aan de voorzijde dubbele remcylinders gemonteerd werden, de olietemperatuurmeter zijn opwachting maakte en vanaf april de eerste telescopische dempers achter gemonteerd werden (ter vervanging van de frictiedempers). Modeljaar 1953 was (dankzij technische noviteiten uit 1952) een heel belangrijke periode voor de evolutie van de 356, met de introduktie (na zijn presentatie in 1952) van de American Roadster, de 60 pk 1,5 liter motor en nieuwe instrumenten. De 356 was aanzienlijk verbeterd met de introduktie van een serie […]
Over deze auto: De opdracht van de eigenaar was een balans vinden tussen originaliteit en exclusiviteit, wij hebben gekozen voor een speciaal voor ons gemaakte classic look aniline leder. Hiermee hebben wij volgens het originele patroon de stoelen en de deurpanelen bekleed en de randen van de op maat gemaakte vloerbedekking mee afgewerkt. Het dashboard hebben we met zwart leer bekleed en het hout hebben we behandeld. De originele stalen delen hebben we opnieuw in de speciale rimpel lak gezet en het nieuwe Nardi stuur maakt het geheel compleet. Geschiedenis: De Alfa Romeo Giulia is een reeks sportieve sedans van het Italiaanse automerk Alfa Romeo die werden gebouwd tussen 1962 en 1978. Eind jaren 50 werd het duidelijk dat de Giulietta moest worden vervangen. De Giulietta was met 1290 cc de kleinere versie van de ondertussen meer dan tien jaar oude 1900. Op 27 juni 1962 werd de Giulia TI voorgesteld op het circuit van Monza. De Giulia leek minder op de Giulietta dan verwacht en was heel hoekig met rechte lijnen. Het ontwerp kwam opnieuw van Orazio Satta Puliga. Ondanks zijn “vierkant” voorkomen was de luchtweerstand van de Giulia dankzij de zogeheten Kamm-tail toch lager dan dat van bijvoorbeeld een Porsche 911 uit die tijd. De Giulia TI zou vijf jaar in productie blijven. De structuur van de motor was niet gewijzigd ten opzichte van de Giulietta. Door het vergroten van de boring en de slag en het gebruik van grotere kleppen – onder een gunstiger hoek – werd het vermogen wel verder opgedreven. De Giulia kreeg een dubbele valstroom Weber carburateur en het maximale vermogen kwam op 92 pk te liggen, de topsnelheid op 166 km/u. De grootste verbetering ten opzichte van de Giulietta was echter de wegligging. De Giulia werd een economisch succes voor Alfa Romeo en al snel volgden andere varianten van het model. In april 1963 stelde Alfa de sportievere Giulia TI Super voor, waarvan uiteindelijk slechts 501 exemplaren werden gemaakt. De TI Super had dankzij twee dubbele horizontale Weber 45 DCOE carburateurs een maximaal vermogen van 112 pk, een topsnelheid van 184 km/u en was de eerste Giulia met schijfremmen in plaats van trommelremmen. In 1965 werd op het autosalon van Genève de Giulia Super voorgesteld. Bron Wikipedia.  
Dit is een zeldzame Jaguar  E-type serie 1 3.8 van de eerste serie en is matching numbers, er is een Jaguar Heritage certificaat aanwezig wat dit onderbouwd. De originele kleur van het exterieur is  Golden Sand en het interieur is Tan, de auto is gebouwd in 1962 en afgeleverd in 1963 in New York. Het project is op dit moment vol in gang, de carrosserie is gestraald en wordt nu volledig door de plaatwerker  onderhanden genomen. Daarna gaan wij deze weer in de originele kleur laten spuiten. Nadat de auto gespoten is gaan we deze weer opbouwen volgens originele specificaties en ,zullen we alle originele technische delen zoals motor versnellingsbak en achteras laten reviseren en een paar kleine modificaties uitvoeren om de auto beter en betrouwbaarder te maken, denk hierbij aan: Elektronische ontsteking Hightork startmotor Wisselstroom dynamo Coopercraft remmen Heeft u vragen over dit project neem dan contact met ons op via info@peetclassics.nl  
Project informatie: Wij hebben deze auto voorzien van een nieuw dashboard, bodemplaat delen, nieuwe stoelvullingen op gemaakt, stoelframes gerepareerd en technische klaar gemaakt voor de Parijs Peking Rally. Geschiedenis: De Bentley 3½ liter werd in september 1933, kort na het overlijden van Henry Royce, aan het publiek gepresenteerd en was het eerste nieuwe Bentley-model dat volgde op de overname door Rolls-Royce van het merk Bentley in 1931. Bentley verkocht alleen het verrijdbare kale rollende chassis met motor en versnellingsbak, kiepbak en radiator, klaar voor carrosseriebouwers om er een carrosserie op te bouwen volgens de eisen van de koper. Veel distributeurs bestelden hun voorkeurslichamen als showroomvoorraad om hen in staat te stellen voltooide auto’s gereed te maken voor onmiddellijke verkoop. Bentleys van dit tijdperk staan bekend als Derby Bentleys omdat ze zijn gebouwd in de Rolls-Royce-fabriek in Derby, Engeland. Die van Bentley’s vorige onafhankelijke tijdperk zijn Cricklewood Bentleys. Bron: Wikipedia
Geschiedenis: Ingenieur Robert Bamford en Lionel Martin begonnen in 1914 met de bouw van auto’s nadat beide heren een jaar eerder samen besloten hadden om auto’s van het merk Singer te gaan verkopen. De eerste auto was een op een Isotta Fraschinichassis gebouwde 1400 cc-racer. De naam Aston Martin ontstond door een overwinning van Lionel Martin op de “Aston Clinton Hillclimb” bij het plaatsje Aston Clinton.[1] In de werkplaats aan Abingdon Road in Kensington werd in 1915 de eerste geregistreerde auto gebouwd. Tijdens de Eerste Wereldoorlog lag de productie bij Aston Martin stil. Na de oorlog werd Aston Martin nieuw leven ingeblazen door graaf Louis Zborowski. In 1920 stapte Bamford echter op, waarna Aston Martin in 1922 racewagens maakte voor deelname aan de Grote prijs van Frankrijk. Daarnaast werden in Brooklands wereldsnelheids- en -duurrecords verbroken, maar productiemodellen zouden nog een paar jaar op zich laten wachten. In 1924 vertrok Lionel Martin en ging het merk failliet, waarna een aantal rijke investeerders onder de naam Renwick en Bertelli het merk overnamen. Onder leiding van Lord Charnwood werd Aston Martin Motors verhuisd naar Feltham. In 1927 werd een 10HP gepresenteerd. Het merk kende in deze tijd enkele successen in onder andere Le Mans en de Ultster. In 1931 werd het merk, na liquiditeitsproblemen, overgenomen door Lance Prideaux-Brune en R. Gordon Sutherland. Deze nieuwe eigenaren besloten om zich in 1936 te gaan concentreren op de productie van auto’s die bedoeld waren voor de normale weg. Na tijdens de Tweede Wereldoorlog een sluimerend bestaan te hebben gehad werd Aston Martin in 1947 overgenomen door Sir David Brown, een tractorfabrikant (David Brown Limited). Een jaar na de overname nam Brown het merk Lagonda over, en voegde dit merk juridisch en fysiek bij Aston Martin. In 1954 kocht Brown een locatie aan de Tickford Street in Newport Pagnell en dat luidde met de DB1 uit het begin in van de inmiddels klassiek geworden serie auto’s met de naam DB (de initialen van David Brown). Na de DB1 en DB2 werd in 1957 de raceauto DB3 geïntroduceerd. Project informatie: Deze Aston Martin heeft al een lange intensieve restauratie achter de rug. Wij zijn nu de laatste hand aan het leggen aan de fantastische auto. De Grote uitdaging bij deze auto was het zoeken naar alle ontbrekende onderdelen, gezien het feit dat deze auto in het verre verleden gedemonteerd is en meerdere eigenaren heeft gekend tijdens deze weg. De huidige eigenaar heeft eigenlijk een carrosserie gekocht met een paar dozen onderdelen, gelukkig waren de carrosserie-motor-versnellingsbak wel matching numbers. Voor deze auto hebben wij het volledige interieur op maat gemaakt, denk hierbij ook aan het maken van het dahboard, stoelen, alle houten delen in de deur stijlen e.d., de ramen en diverse ontbrekende chroom delen hebben wij nieuw gemaakt en laten verchromen.  
PROJECT INFORMATIE: Deze Prachtige Maseratie hebben wij voorzien van een volledig nieuw interieur, hierbij hebben wij de originaliteit als uitgangspunt genomen. Het donkergroene leder is speciaal gemaakt voor de auto. GESCHIEDENIS: Het merk Maserati is opgericht in 1914 in Bologna door de zes gebroeders Maserati: Carlo, Bindo, Alfieri, Mario, Ettore en Ernesto. Het maakte in eerste instantie bougies en bobines. In 1926werd de eerste zelf gebouwde raceauto (Tipo 26) gepresenteerd in de Targa Florio, bestuurd door Alfieri Maserati, die prompt won. Ook daarna heeft hij talloze races op zijn naam geschreven. Vanaf dat moment tot de jaren vijftig heeft men zich beziggehouden met het bouwen van raceauto’s waarbij de 250 F en de “Birdcage” de beroemdste types zijn geweest die buitengewoon succesvol waren.Aan het einde van de jaren vijftig zag men in dat de fabriek van de racerij niet kon leven, en werd besloten om ook straatauto’s te gaan bouwen. Het eerste type dat in een behoorlijk grote serie werd gemaakt (bijna 2000 stuks), was de 3500 GTS uit 1957. Tijdens de jaren zestig en zeventig bouwde het merk een reputatie op als producent van exclusieve GT’s met klinkende namen als de Mexico, Ghibli, Indy, Bora, Merak, Khamsin, Kyalami en Quattroporte, stuk voor stuk snelle reiswagens die in kleine aantallen werden gefabriceerd. In 1968 nam Citroën Maserati over, wat leidde tot de auto’s waarin de hydraulische techniek van Citroën te vinden was.Aan het einde van de jaren zeventig stond de fabriek aan de rand van de afgrond toen Citroën de stekker uit de verliesgevende zaak wilde trekken. De Tomaso nam de zaak toen voor een symbolisch bedrag over. Hij besloot dat de enige manier om te overleven was, om een auto te ontwikkelen die voor een groter publiek bereikbaar was. Zodoende werd in 1982 de Biturbo gepresenteerd, die insloeg als een bom.
Geschiedenis: De Jaguar E-type of ook Jaguar XK-E is een model van autoconstructeur Jaguar Cars waarvan tussen 1961 en 1974 3 generaties gebouwd werden. De E-type betekende een revolutie in het ontwerp, de prestaties en de besturing van sportwagens. De prijs lag een stuk lager dan die van de concurrerende modellen waardoor de verkoop hoog lag. In 14 jaar tijd werden meer dan 70.000 exemplaren verkocht. De Jaguar E-type staat op de eerste plaats in de Top sportwagens van de jaren 60-lijst. De E-type Series I werd in Europa geïntroduceerd op 15 maart 1961 op de Autosalon van Genève en in de Verenigde Staten in april datzelfde jaar op de autosalon van New York. De auto was ontworpen als een 2-zitter GT coupé (FHC) en een 2-zitter cabriolet (OTS). De Series 1 kreeg een 3,8 liter 6-in-lijnmotor die van de XK150S kwam. De eerste 500 exemplaren hadden een vlakke vloer en uitwendige motorkapsloten. Deze eerste exemplaren zijn daardoor zeldzamer en dus waardevoller dan de latere. In 1964 werd de cilinderinhoud opgetrokken tot 4,2 liter. De Series 1 kreeg een topsnelheid van 241 km/u. Alle E-types kregen onafhankelijke wielophanging en bekrachtigde schijfremmen op de 4 wielen, twee ongewone voorzieningen voor die tijd. De 3,8 l-versies hadden met leer beklede kuipstoelen, een centraal geplaatst instrumentenpaneel van aluminium, dat vanaf 1963 in vinyl en leder werd uitgevoerd, en een manuele 4-versnellingsbak zonder synchromesh in de eerste versnelling. De 4,2 l-versies hadden comfortabelere stoelen, verbeterde remmen en elektronica en Synchromesh op de eerste versnelling. Verder voerde de 4,2 Jaguar 4.2 Litre E-type op het kofferembleem terwijl de 3,8 simpelweg Jaguar vermeldde. Over deze auto: De huidige eigenaar heeft deze auto in 2008 gekocht en inmiddels al vele kilometers gemaakt. Na meerder gesprekken en liter koffie is het er toch van gekomen, tijd voor een deel restauratie. Wij zijn het volledige interieur onder handen aan het nemen, deze wordt vervaardigd in donker grijs leer en een mooie bijpassende vloerbedekking en gaan we een paar persoonlijke touches toevoegen. Aan de techniek gaan we diverse aanpassingen doen. De eigenaar is nou betrokken bij het project, dit omdat hij zelf mee sleutelt.  
Deze prachtige Facel Vega hebben wij in opdracht van Amicale Facel Holland voorzien van een volledig nieuw op maat gemaakt interieur. Hiervoor hebben wij alle originele details in acht genomen en de beste materialen gebruikt. Wij hebben al meerdere project in samen werking afgerond en zijn inmiddels meer dan bekend met de hoge standaard wat betreft afwerking die Facel in de jaren hanteerde en de technieken die hierbij komen kijken. Geschiedenis: Verschillende oorzaken hadden de vooroorlogse Franse luxeautomerken begin jaren vijftig kreupel gemaakt. De oorzaken daarvan waren de Duitse bezetting, materiaaltekorten, een te kleine afzetmarkt en hoge belastingen op krachtige luxeauto’s. Uiteindelijk werden in Frankrijk geen luxeauto’s meer gemaakt. In 1953 kreeg Daninos het idee om zelf een nieuwe luxewagen te gaan bouwen. Dat was het begin van het automerk Facel Vega, waarbij de naam Vega een idee was van zijn broer, de veelgelezen auteur Pierre Daninos (1913-2005). Allereerst werd naar een geschikte motor gezocht. In Frankrijk werd op dat moment niet het gezochte type gemaakt. Ook in Italië werd hij niet gevonden. Eerst wilde Daninos speciaal een nieuwe motor laten ontwerpen, maar dacht toen aan zijn dagen in de VS waar hij tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef. Hij nam contact op met Chrysler en kwam met die fabriek overeen dat hij de V8 van DeSoto kon gebruiken. Deze 4,5 liter Hemi leverde 170 pk. Een probleem hierbij was dat Daninos alleen een importvergunning kreeg op voorwaarde dat voor elke franc aan geïmporteerde motoren een waarde van vijf franc moest worden geëxporteerd. Over deze auto:
Over deze auto: Wij zijn gaan zoeken naar een passende donor voor een special, na talloze bezoeken aan de UK en even veel teleurstellingen vonden we het antwoord uiteindelijk in Nederland. Binnen ons eigen netwerk zijn wij deze auto op het spoor gekomen. Deze Alvis 3.5 liter werd in 1936 afgeleverd bij Mayfair Carriage Company en was voorzien van een saloon-carrosserie, in 1973 kocht Brian Chant de auto en bouwde deze om tot een enkel zits racer. Nadat de auto aangeschaft is zijn we eerst met de auto gaan rijden om te kijken wat voor een vlees we in de kuip hadden. Na een zomer rijden bleek het te passen in het wensen cartoon qua rijgedrag, nu het uiterlijk nog. We zijn samen met onze carrosserie bouwen Labro om de tafel gaan zitten en hebben een carrosserie bedacht, daarna hebben we deze laten spuiten in celulose lak en volledig naar wens van de klant opgebouwd. GESCHIEDENIS VAN HET MERK: Alvis bouwde voertuigen van goede kwaliteit, maar in kleine aantallen. In 1927 kwam de productie voor het eerst boven de 1.000 exemplaren uit, maar zakte daarna in en pas in 1939 kon het verkooprecord worden verbeterd. In 1925 werd een wagen met voorwielaandrijving geïntroduceerd. Voorwielaandrijving was wel bekend in Engeland, maar werd niet eerder op een productiewagen toegepast. De financiële crisis van 1929 leidde tot een daling van de verkopen. Geld voor experimenten ontbrak en de auto’s met voorwielaandrijving werden alleen nog op bestelling gemaakt. In 1931 werd de Speed 20 geïntroduceerd. Dit werd het meest succesvolle model. De motor telde zes cilinders en een vermogen van 87 pk. Zes jaar later kwam de opvolger, de Speed 25. De motor had een cilinderinhoud van 3.571 cc en had een vermogen van 110 pk. Dit leverde een topsnelheid op van 150 km/u. De 4.3 Litre was een van de laatste vooroorlogse modellen. Het had een zescilinder benzinemotor met een inhoud van 4.387 cc. Alec Issigonis (bekend van de Mini) heeft in het begin van de jaren vijftig enkele jaren voor Alvis gewerkt en een interessant ontwerp afgeleverd voor een motor die zowel op 4 als 8 cilinders kon werken. Bekende types waren de TG uit de jaren dertig, de Firefly, de TC (in de jaren vijftig, op basis waarvan onder meer Graber in Zwitserland carrosserieën bouwde) en de TD uit de jaren zestig. De autodivisie van Alvis heeft vrijwel altijd met verlies gedraaid. Deze divisie werd in 1965 verkocht aan Rover, vlak voor Rover opging in British Leyland. Rover heeft nog een keer een prototype van een sportwagen ontwikkeld die als Alvis op de markt gebracht zou kunnen worden, maar het bleef bij een prototype.